Meer leren over regenwormen met burgerwetenschap
Open PDF in new window.
Victoria J. Burton 1 and Erin K. Cameron 2*
1 Life Sciences Department, Natural History Museum, London, United Kingdom2 Department of Environmental Science, Saint Mary’s University, Halifax, NS, Canada
Heb je ooit eens mee willen helpen aan een onderzoek van een echte wetenschapper? Burgerwetenschap houdt in dat iedereen, ook niet-wetenschappers, wetenschappers helpen bij hun onderzoek. De term omvat een grote verscheidenheid aan projecten: van online projecten waarbij je sterrenstelsels kunt beschrijven, tot onderzoek in de buitenlucht en zelfs hulp bij wetenschappelijke expedities naar bijvoorbeeld het tropisch regenwoud. Idealiter profiteert iedereen van burgerwetenschap: wetenschappers verzamelen meer gegevens en over grotere geografische gebieden dan ze in hun eentje zouden kunnen. Niet-wetenschappers profiteren ervan door iets nieuws te leren en te ervaren hoe wetenschap werkt, en hopelijk ook door er plezier aan te beleven! Onderzoek naar bodemorganismen vormen een uitdaging voor burgerwetenschap door de kleine afmeting van de meeste bodemorganismen. Maar regenwormen zijn gemakkelijk te herkennen en relatief groot, dus er zijn verschillende burgerwetenschappelijke projecten geweest die zich op hen hebben gericht. In dit artikel bespreken we burgerwetenschap rond regenwormen, vanaf het begin met natuurhistorici in de 18e en 19e eeuw tot nu. Ontdek wat niet-wetenschappers hebben bijgedragen aan de wetenschap rond regenwormen en hoe je je eigen onderzoek naar regenwormen kunt opzetten.
WAAROM BURGERWETENSCHAP?
Wetenschap wordt niet alleen door wetenschappers bedreven. Wanneer andere mensen, zoals scholieren of familieleden, wetenschappelijke gegevens verzamelen en helpen bij onderzoek, wordt dat burgerwetenschap genoemd. Burgerwetenschap, ook wel gemeenschapswetenschap genoemd, stelt iedereen in staat om deel te nemen aan onderzoek, en de populariteit ervan neemt toe zowel bij wetenshappers die hulp vragen als bij mensen die graag helpen. Wetenschappers profiteren hiervan omdat het hen helpt gegevens te verzamelen die voor hen alleen moeilijk, duur of onmogelijk te verzamelen zouden zijn geweest. Aan de andere kant krijgen burgerwetenschappers de kans om direct bij onderzoek betrokken te zijn en meer over wetenschap te leren.
SOORTEN BURGENWETENSCHAP
Er zijn veel soorten burgerwetenschap. Sommige projecten maken gebruik van de kracht van pc’s om te zoeken naar buitenaards leven1 of om geneesmiddelen voor ziekten te vinden2. Sommige online burgerwetenschapsprojecten vragen mensen om hulp bij het identificeren van wilde dieren of sterrenstelsels, het vertalen van documenten en nog veel meer taken3. Andere burgerwetenschapsprojecten hebben mensen nodig die naar buiten gaan om wilde dieren te tellen4 of watervervuiling te meten5. Er zijn zelfs expeditie projecten, waarbij vrijwilligers wetenschappers helpen bij onderzoek naar vulkanen en regenwouden.
WAAROM REGENWORMEN BESTUDEREN?
Waarom regenwormen bestuderen? Gezonde bodems zijn belangrijk voor al het leven op aarde, omdat ze voedingsstoffen recyclen, helpen water te filteren en planten helpen groeien. Terwijl regenwormen zich voeden en graven, mengen ze de bodem en leveren ze de voedingsstoffen die de meeste planten nodig hebben. Afhankelijk van de locatie van een onderzoek, variëren de wetenschappelijke vragen die door regenwormonderzoek worden behandeld. Op sommige plaatsen, zoals in het Verenigd Koninkrijk, worden regenwormen als nuttig beschouwd voor de gezondheid van de bodem en willen wetenschappers meer te weten komen over waar ze zich bevinden, om de bodemkwaliteit te verbeteren. Maar in andere delen van de wereld, zoals het grootste deel van Canada en het noorden van de Verenigde Staten, zijn de regenwormen tijdens de laatste ijstijd verdwenen. De enige regenwormen die daar nu nog leven, zijn degene die door mensen, vaak per ongeluk, in de regio zijn geïntroduceerd met grond of planten die uit Europa zijn geïmporteerd.
Wetenschappelijk onderzoek in deze gebieden probeert vaak te bepalen waar regenwormen voorkomen en hoe ze zich verspreiden. Zelfs waar regenwormen als invasief worden beschouwd doordat ze er niet van nature voorkwamen, worden ze meestal nog steeds als nuttig gezien in tuinen en voor compostering en vormen ze alleen een probleem wanneer ze ontsnappen naar natuurlijke gebieden.
BURGERWETENSCHAP VOOR REGENWORMEN
Regenwormen waren een van de eerste bodemorganismen die door vroege wetenschappers werden bestudeerd en ze worden nog steeds door wetenschappers bestudeerd, met de hulp van boeren, tuinders, studenten en vele anderen. De meeste bodemorganismen zijn klein en vereisen speciale apparatuur en kennis om ze te bestuderen, waardoor het moeilijk is om ze bij burgerwetenschap te betrekken. Regenwormen vormen een aangename uitzondering, omdat ze relatief groot zijn en gemakkelijk te vinden en te observeren zonder speciale apparatuur. De meest gebruikelijke methode om regenwormen te vinden is door een blokje grond uit de grond te graven en dit vervolgens met de hand te doorzoeken, waarbij alle regenwormen worden verzameld. Een andere methode maakt gebruik van een mengsel van hete mosterdpoeder en water dat op de grond wordt gegoten. Als het mosterdwater in contact komt met regenwormen in de grond, komen ze naar de oppervlakte waar ze kunnen worden gevangen, zonder dat de mosterd blijvende schade aanricht aan de bodem en de bodembewoners.
Hoewel voor de meeste soorten regenwormen het niet mogelijk is om zonder een microscoop te bepalen welke soort het is, kunnen ze op basis van hun levenswijze in verschillende categorieën worden ingedeeld. Deze categorieën worden ecotypes genoemd. De drie ecotypes – endogeïsch, anecisch en epigeïsch (afbeelding 1) – kunnen meestal door burgerwetenschappers worden onderscheiden gebaseerd op hoe ze holen graven en hun grootte en kleur.
VROEGE REGENWORM BURGERWETENSCHAP
Vroege regenworm burgerwetenschap De vroegste natuurwetenschappers, zoals John Ray (1627–1705) en Carolus Linneaus (1707–1778), noemden alle lange, kronkelende dieren ‘wormen’ en veel daarvan hebben nog steeds namen die daarop verwijzen. Sommige mottenrupsen worden wormen genoemd, pootloze hagedissen worden hazelwormen genoemd en lichtgevende keverlarven staan bekend als glimwormen. John Ray was de eerste die de uitdrukking ‘the early bird catches the worm’ (de vroege vogel vangt de worm) optekende in zijn boek A Handbook of Proverbs (spreekwoordenboek), gepubliceerd in 1670. Linnaeus ontwikkelde regels voor het benoemen van organismen en noemde de gewone regenworm Lumbricus terrestris – dezelfde naam die hij vandaag de dag nog steeds heeft.
De Engelse predikant Gilbert White (1720–1793) was de eerste die het leven van regenwormen observeerde en daarover schreef. Hij beschreef dat regenwormen de groei van planten lijken te bevorderen en een belangrijk onderdeel van de voedselketen zijn. Geïnspireerd door het werk van White raakte ook Charles Darwin (1809–1882) gefascineerd door regenwormen. Darwins boek The Formation of Vegetable Mould Through the Action of Worms, with Observations on their Habits [1] is het resultaat van zijn 40 jaar durende studie van regenwormen en het was het laatste boek dat hij publiceerde, in oktober 1881. Het boek was erg populair en er werden in het eerste jaar 6000 exemplaren van verkocht.
WAT ONTDEKTE DARWIN OVER REGENWORMEN?
Darwin ontdekte dat regenwormen niet kunnen horen. Hij kwam hierachter door tegen regenwormen te schreeuwen en verschillende muziekinstrumenten voor hen te bespelen, waaronder een piano, een fagot en een fluitje. Regenwormen in potten die op een piano waren geplaatst, verstopten zich echter in hun holen wanneer er muziek werd gespeeld, wat aantoont dat ze trillingen door de grond kunnen waarnemen. Darwin onderzocht ook het reukvermogen van regenwormen door tabaksrook en parfum naar hen te blazen, maar daar reageerden ook ze niet op. Ze kunnen echter wel hun favoriete voedsel ruiken: Darwin experimenteerde met het voeren van verschillende soorten voedsel aan regenwormen in gevangenschap en noteerde welk voedsel ze het lekkerst vonden. Hij ontdekte dat ze de voorkeur gaven aan wilde kersenbladeren boven limoen- en hazelaarbladeren. Ze hielden ook van kool, mierikswortel, wortel en selderij, maar kruiden zoals salie, tijm en munt werden nauwelijks aangeraakt.
Darwin observeerde hoe grote stenen en oude gebouwen langzaam worden begraven, en maakte onder andere een reis naar Stonehenge om daar begraven stenen te onderzoeken. Darwin legde een grote steen op de grond van zijn tuin en hield gedurende 29 jaar bij hoe lang het duurde voordat de steen door regenwormen was begraven. Aan de hand van dit experiment schatte Darwin dat regenwormen jaarlijks 34.000 kg grond (het gewicht van vijf en een halve Afrikaanse olifant) per hectare (ongeveer een kwart voetbalveld) naar de oppervlakte verplaatsen – dit proces, de beweging van de grond door dieren, wordt bioturbatie genoemd.
BURGERWETENSCHAP ROND REGENWORMEN VANDAAG
Ondanks de lange geschiedenis van onderzoek naar regenwormen, weten we nog steeds niet genoeg over waar ze het meest voorkomen en hoe ze andere soorten beïnvloeden. Burgerwetenschap helpt wetenschappers om deze vragen te beantwoorden. Er zijn steeds meer programma’s in verschillende delen van de wereld waarbij regenwormen worden onderzocht (figuur 2 en tabel 1). De gegevens die burgerwetenschappers verzamelen, worden naar wetenschappers gemaild of via smartphone-apps verstuurd. Sommige programma’s zijn bedoeld voor gebruik op scholen en bevatten suggesties voor hoe ze in lessen kunnen worden geïntegreerd, terwijl andere programma’s zo zijn ontworpen dat iedereen kan deelnemen.
ONTDEKKINGEN DOOR BURGERWETENSCHAP OVER REGENWORMEN
Veel van het onderzoek van burgerwetenschapsprojecten is nog gaande, maar er zijn al enkele interessante ontdekkingen gedaan. En burgerwetenschappers hebben daarbij een zeer belangrijke rol gespeeld! In de Verenigde Staten hebben burgerwetenschappers bijvoorbeeld geholpen bij het opsporen van de verspreiding van nieuwe soorten, zoals springwormen (Amynthas-soorten), die vanuit Azië zijn geïntroduceerd. In Finland hebben burgerwetenschappers geholpen aantonen dat het aantal regenwormsoorten afneemt vanaf het zuiden naar het noorden van het land. In het noorden hadden de meeste onderzochte plaatsen geen regenwormen of slechts één soort, waarschijnlijk vanwege de kou. In het Verenigd Koninkrijk ontdekte de OPAL Soil and Earthworm Survey dat ondanks dat burgerwetenschappers het vrij moeilijk vinden om aardwormsoorten te identificeren, ze in 70 tot 90% van de gevallen ecotypes wel correct kunnen onderscheiden.
Het project “What is Under Your Feet?” liet zien dat het aantal regenwormen met de seizoenen verandert, en dat er meer regenwormen gevonden worden in de lente dan in de herfst [3]. Er werden ook meer regenwormen gevonden na regen. Het project #60minworms telde regenwormen op akkers en ontdekte dat het ploegen van de grond het aantal regenwormen verminderde [4]. Sommige boerderijen hadden geen epigeïsche of anecische regenwormen, wat erop kan wijzen dat de velden te vaak worden geploegd. Het project “Earthworm Watch” ontdekte dat tuinen die organische meststoffen gebruiken, zoals mest en compost, 20% meer regenwormen hebben dan tuinen waar geen meststoffen worden toegevoegd.
JE EIGEN ONDERZOEK NAAR REGENWORMEN DOEN
Of regenwormen goed of slecht zijn voor de bodemdiversiteit hangt af van waar je woont, maar ze zijn altijd belangrijk. Met behulp van burgerwetenschap kunnen wetenschappers, scholieren, gezinnen, boeren en iedereen die geïnteresseerd is samenwerken om meer te weten te komen over regenwormen. Er zijn nog veel onbeantwoorde vragen over regenwormen die je kunt onderzoeken. Hier zijn een paar suggesties als je je eigen project over regenwormen wilt starten:
- Herhaal een van Darwins experimenten: hoe lang duurt het voordat regenwormen een steen in je tuin begraven? Verschilt dit als de steen op een andere plek in je tuin ligt?
- Hoe beïnvloedt het seizoen het aantal regenwormen in je tuin, of het aantal verschillende soorten regenwormen?
- Hoe varieert het aantal en de soorten regenwormen in verschillende habitats(bijvoorbeeld je tuin vergeleken met een bos)? - Begin een compostbak in je tuin – hoe lang duurt het voordat er regenwormen komen?
WOORDENLIJST
citizen science: Burgerwetenschap
Wetenschappelijk onderzoek dat geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd door vrijwilligers in plaats van door betaalde wetenschappers, ook wel bekend als gemeenschapswetenschap.
Ecotype
Groep regenwormen op basis van hun graaf- en voedingsgewoonten.
**Endogeïsch **
Een regenworm die horizontale gangen in de bodem graaft en zich tijdens het graven voedt met grond. Meestal licht van kleur.
Anecisch
Een regenworm die diepe verticale gangen graaft en naar de oppervlakte komt om zich te voeden met bladafval. Vaak groot en rood van kleur.
Epigeïsch
Een regenworm die zich voedt op, en graaft op of nabij het bodemoppervlak, en zich voeden met bladafval. Meestal klein en rood van kleur.
Bioturbatie
De beweging van de bodem door levende dieren of planten.
Habitats
De leefomgeving van dieren, planten of andere organismen, die voedsel, onderdak, bescherming en partners biedt.
VOETNOTEN
1 setiathome.berkeley.edu/
2 foldingathome.org/
5 freshwaterwatch.thewaterhub.org/
BRONNEN
- Darwin, C. 1882. The Formation of Vegetable Mould Through the Action of Worms With Observations on Their Habits. London: John Murray. Available online at: darwin-online.org.uk/EditorialIntroductions/Freeman_VegetableMouldandWorms.html - Baker, G. H., Thumlert, T. A., Meisel, L. S., Carter, P. J., and Kilpin, G. P. 1997. “Earthworms downunder”: a survey of the earthworm fauna of urban and agricultural soils in Australia. Soil Biol. Biochem. 29:589–97. doi: 10.1016/S0038-0717(96)00184-8
- Martay, B., and Pearce-Higgins, J. W. 2018. Using data from schools to model variation in soil invertebrates across the UK: the importance of weather, climate, season and habitat. Pedobiologia 67:1–9. doi: 10.1016/j.pedobi.2018.01.002
- Stroud, J. L. 2019. Soil health pilot study in England: outcomes from an on-farm earthworm survey. PLoS ONE 14:e0203909. doi: 10.1371/journal.pone.0203909
BEWERKT DOOR: Rémy Beugnon, German Centre for Integrative Biodiversity Research (iDiv) Halle-Jena-Leipzig, Germany
CITATIE: Burton VJ and Cameron EK (2021) Learning More About Earthworms With Citizen Science. Front. Young Minds 8:548525. doi: 10.3389/frym.2020.548525
VERKLARING BELANGENVERSTRENGLING: De auteurs verklaren dat het onderzoek is uitgevoerd zonder enige commerciële of financiële belang wat kan worden opgevat als een potentiele belangenverstrengeling.
AUTEURSRECHT © 2021 Burton and Cameron: Dit is een openbaar toegankelijk artikel dat wordt verspreid onder de voorwaarden van de Creative Commons Attribution License (CC BY). Het gebruik, de verspreiding of reproductie in andere fora is toegestaan, mits de oorspronkelijke auteur(s) en de auteursrechthebbende(n) worden vermeld en de oorspronkelijke publicatie in dit tijdschrift wordt geciteerd, in overeenstemming met de gangbare academische praktijk. Gebruik, verspreiding of reproductie die niet aan deze voorwaarden voldoet, is niet toegestaan.
JONGE RECENSENT
AYA, 9 Jaar
Aya wil mariene biologie studeren. Ze wil zich specialiseren in haaien en roggen. Haar favoriete vakken op school zijn lezen, schrijven, wiskunde en muziek. In haar vrije tijd houdt ze van lezen, moeilijke puzzels oplossen, trainen voor atletiek en veldlopen, experimenteren met verschillende kunsttechnieken en rolschaatsen.
JONGE RECENSENT (VERTALING)
ILSE, 14 Jaar
Mijn naam is Ilse en ik houd van dieren, muziek luisteren, series kijken en paardrijden.
AUTEURS
VICTORIA J. BURTON
Ik bracht mijn jeugd door met buiten spelen, natuurdagboeken maken en leren hoe ik planten, vogels en insecten in het bos kon herkennen. Ik hield niet van school, maar wilde wel altijd wetenschapper worden, dus heb ik een opleiding aan de Open Universiteit gevolgd. Ik heb net mijn PhD afgerond aan het Imperial College London, waar ik onderzoek heb gedaan naar hoe ongewervelde diersoorten in de bodem en in bladafval reageren op menselijke activiteiten. In mijn vrije tijdvind ik het leuk om voor mijn huisdieren en planten te zorgen en te helpen bij het runnen van de Bug Club voor jongeren die geïnteresseerd zijn in insecten. *v.burton@nhm.ac.uk
ERIN K. CAMERON
Als kind speelde ik graag buiten en was ik dol op wetenschap, maar ik dacht er pas op de universiteit over na om bioloog te worden. Uiteindelijk begon ik te helpen bij onderzoek naar de invloed van menselijke activiteiten op zangvogels en vond dat fascinerend. Toen ik eenmaal aan de slag ging met bodemorganismen en zag hoeveel er nog onbekend is over deze organismen, was ik ervan overtuigd dat ik ecologie wilde studeren. Nu onderzoek ik hoe menselijke activiteiten de biodiversiteit in de bodem en het functioneren van ecosystemen beïnvloeden. In mijn vrije tijd houd ik van langlaufen, fietsen en kajakken.
VERTALERS
Liesbeth van den Brink
Als kind was ik altijd bezig met blaadjes bestuderen, wat goed van pas kwam voor mijn PhD in het vergaan van bladaval. Nu ben ik ecoloog en doe onderzoek naar interacties tussen bodem, planten, dieren en klimaatverandering. Ik werk als PostDoc bij het Botanische Instituut, University of Natural Resources and Life Sciences, Wenen.
Marjolein Lof
Marjolein is ecoloog en doet onderzoek naar de diensten die ecosystemen leveren aan de maatschappij, zoals bestuiving door bijen en vastleggen van koolstof in de biomassa van planten en bomen. Ze werkt als onderzoeker aan de Universiteit Wageningen.
FINANCIERING (VERTALING)
Het team Translating Soil Biodiversity bedankt het Duitse Centrum voor Integratief Biodiversiteitsonderzoek (iDiv) Halle-Jena-Leipzig, gefinancierd door de Duitse Onderzoeksstichting (DFG FZT 118, 202548816), voor hun steun
CITATION (TRANSLATION)
This is an open-access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC-BY 4.0). The use, distribution or reproduction in other forums is permitted, provided the original author(s) and the copyright owner(s) are credited and that the original publication in this journal is cited, in accordance with accepted academic practice. No use, distribution or reproduction is permitted which does not comply with these terms.
Recommended citation format: Burton J & Cameron E (2025) Learning more about earthworms with citizen science (Dutch translation: Liesbeth van den Brink & Marjolein Lof). Translating Soil Biodiversity & Front. Young Minds. Originally published in 2021, doi: 10.3389/frym.2020.548525
Figures
Figuur 1: Er zijn drie hoofdtypen regenwormen, ook wel ecotypes genoemd: endogeïsche, aneciesch en epigeïsche. Enkele van hun kenmerken worden hier beschreven (Bronvermelding: clipart van regenworm van Vecteezy.com Foto’s van regenwormen © Trustees of the Natural History Museum/Harry Taylor).

